Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eenon vorm tot den anderen, of wel zulke beenderen, waarvan een gedeelte tot den oenen, een ander tot een tweeden der drie vormen te brengen is: de ribben zijn overgangen van lange tot platte, het heiligbeen en borstbeen van platte tot korte beenderen: het slaapbeen behoort gedeeltelijk tot de platte, gedeeltelijk tot de dikke.

De beenderen vertoonen verschillende soorten van verhevenheden, groeven en openingen.

A. I)e verhevenheden helpen gewrichten vormen, ol dienen tot verbinding van twee beenderen of tot aanhechting van spieren en banden.

1. Die, welke gewrichten helpen vormen zijn rond, glad. met kraakbeen bedekt, en worden naar hunnen vorm verdeeld in:

(i. Hootd, een min of meer kogelvormig beenuiteinde. Het onmiddellijk daaronder gelegen gedeelte is altijd smaller en heet hals; — opperarm en dijbeen.

b. Hoofdje, dezelfde vorm, doch kleiner; — spaakbeen, nahandsbeenderen, enz.

e. G e w r i c h t s k n o b b e 1, een meer ovaal beenuiteinde, dat een gewricht helpt vormen, en slechts gedeeltelijk met kraakbeen bedekt is. — Ondereinde dijbeen. — Soms worden ook uitsteeksels in de nabijheid van gewrichten, waaraan zich spieren vasthechten, met denzelfden naam bestempeld. — Opperarmbeen.

Sluiten