Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot do onbeweeglijke verbindingen bobooien de naadvorbindingen. — Aan den schedel.

I)e gedeeltelijk beweeglijke verbindingen zijn vertegenwoordigd aan den romp. Kraakbeenverbinding alleen tusselien de eerste rib en bot handvat van bet borstbeen en bandverb i n d i n g. do wervelkolom, het bekken enz.

De beweeglijke verbindingen of gewrichten komeji vooral aan de ledematen voor.

De gewrichten worden verdeeld in:

4. V o 1 k omen v r ij gewric bt. Een hootd ot' gedeelte van een kogel wordt in een meer of minder diepe holte opgenomen.

Alle bewegingen zijn mogelijk: buiging, uitstrekking (draaiïng om de dwarse as), af- en aanvoering (draaiïng om de voor-achterste as. loodrecht op de dwarse as staande) en draaiing om do lengte-as van liet bewogen been. — Het dijbeen mot de heupkom.

Waar buiging, uitstrekking, af- en aanvoering mogelijk zijn, kan ook omvoering plaats hebben. Hierdoor ontstaat een beweging, waarbij bet deel een kegel beschrijft, waarvan de top in het gewricht is gelegen.

2. Z a d e 1 g e w r i c h t. Elke gewrichtsvlakte is hol in een richting en gewolfd in een andere, welke loodrecht op de eerste staat. Beweging als bij een vrij gewricht, uitgezonderd de draaiïng om de lengte-as. — Het le middenhandsbeen met het groot vollioekig been.

Sluiten