Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk zien. De spiermassa aan de zijde van denonderbnik.de uitwendige schuine buikspier maakt geen plooi, zoodat de darmbeenskam in de vr. fig. slechts even kan aangeduid worden.

stand van het schouderblad; spieren, die schouderblad met den bovenarm verbinden, worden zichtbaar, evenzoo de ribben en de spieren die zich aan de ribben vasthechten. {.!).

Van de oksels loopen lange lijnen naar beneden, die zich dalende eerst achterwaarts buigen en dan recht naar den darmbeenskam of de ribben loopen. De spieren, welke deze lijnen vertoonen zijn de gemeenschappelijke uitstrek spier der niggegraat en de breede rugspier. Bij

A Fig. 20. B

In het achteraanzicht fig. 20, wordt de plaats van de schouderbladen aangegeven door een dubbel-gebogen lijn, terwijl een rechte lijn de schouderbladgraat voorstelt, die oploopt naar het einde van den schouder. Bij opheffing van den arm verandert de

4

Sluiten