Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide h e up b e e n d e r e n, die de voorzijde en zijdelingsche deelen van het bekken vormen, sluiten van achteren het heiligbeen in en vereenigen zich van voren met elkander. Elk heupbeen wordt in drie deelen verdeeld: het darmbeen, het z i t b e e n en het schaam been. Deze deelen vormen samen een gewrichtsholte, de heup kom, welke het hoofd van het dijbeen opneemt. Het darmbeen spreidt zich naar buiten waaiersgewijze uit. De bovenrand vormt een naar boven gewelfden boog, die in een S-vormige richting verloopt (A en B).

Van terzijde gezien stelt de kam twee lijnen voor, een lange voorlyn en een korte achterlijn, die met elkander een rechten hoek vormen (B). Het einde van de lange lijn is de voorbovenste darmbeensdoorn. het einde van de korte de a c hterbovenste darmbeensdoorn. Het ontmoetingspunt der twee lijnen is het hoogste punt van het bekken; het punt dat het meest van het midden verwijderd is ligt op geringen afstand van het ontmoetingspunt op de lange lijn.

Het heiligbeen bestaat uit vijf vergroeide wervels en is bladvormig ;(fig. 21 D en t).

De achtervlakte is gewelfd en ongelijk. Op het midden vertoont zij in de richting van de doornuitsteeksels der wervels, vier in elkaar vloeiende valsche doornuitsteeksels. Ter weerszijden van deze liggen vijf verhevenheden, die vergroeide dwarse uitsteeksels zijn; deze liggen in het verlengde der

Sluiten