Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

skelet op de hoogte van de le rib gelegen is Men onderscheidt aan het schouderblad drie randen: de bovenste is liet kortst, de binnenste het langst, en drie h oe k e n: de onderste is plat en aigerond, de bovenste naar binnen gekeerd en scherp I)e naar buiten gekeerde dikke en massieve bovenhoek heeft een geledingsvlakte voor den kogel van liet opperarmbeen; deze hoek is door den hals van het schouderblad van liet eigenlijke been gescheiden.

De spieren, die zich aan het schouderblad vasthechten, zijn:

/. De driehoekige armspier. Aanhechting. - Onderlip schouderbladsgraat en buitenderde deel van het sleutelbeen — ruwe vlakte buitenzijde opperarmbeen,

II. De schouderbladspieren. Dovengraatspier.

Aanhechting, — Bovengraatskuil, onder den schoudertop naar den grooten knobbel van het opperarmbeen.

Ondergraatspier.

1 Avaüh.e< hting' ~ Geheele ondergraatskuil—groote knobbel opperarmbeen.

Kleine ronde armspier Aanhechting. - Achterste lip, buitenrand van het schouderblad - gr. knobbel opperarmbeen. «roote ronde armspier.

Sluiten