Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoekige armspier vast. Tusschen deze aanhechtingen vertoont zich de beenige streep het breedst aan den schoudertop en het sleutelbeen, (fig. 43B). B C

A...

E...

...D

F Fig. 43. H

G

De binnenlijn van het schouderblad toont een dubbel gebogen lijn (C, ü en E), de onderste bocht is de onderhoek van het sch. bl. (B en D).

Van den oksel gaan 3 lijnen uit (B). De onderste vertegenwoordigt de breede rugspier; van de twee andere is de onderste de groote ronde, de bovenste de kleine ronde armspier. De gr. ronde gaat naar de voorzijde van den arm gelijk met de breede rugspier, terwijl de kl. ronde naar de achterzijde gaat.Zij zijndoordedrie-hoofd. armspier gescheiden.

Sluiten