Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knobbel van het opperarmbeen en den buitenknobbel, dan zal deze lijn de buitenzijde van het ondereinde van de ellepijp raken. fig. 45. In supinatie is het spaakbeen aan de buitenzijde van deze lyn en maakt dan ook een stompen hoek met het opperarmbeen, de buitenknokkellyn ligt in het verlengde van de lijn van het spaakbeen en een hoek wordt gevormd op het onderste derde deel van het opperarmbeen.

In supinatie loopt de as van het opperarmbeen een groot gedeelte ter zijde van het handgewricht, maar raakt het in pronatie-stand.

De wenteling van den voorarm gaat altijd samen mot de wenteling van het opperarmbeen; is de duim naar het lichaam gekeerd dan is de elleboog naar buiten.

De driehoofdige armspier.

Aanhechting: B u i t e n ste li o ofd aan de buitenzijde van de bovenste helft van het opperarmbeen, binnenste hoofd aan de binnenvlakte van het opperarmjjeen, middelste hoofd aan het bovenste gedeelte buitenrand van het schouderblad beneden de gewr. vlakte. De drie hoofden vereenigen zich tot een platte pees aan het elleboogsuitsteeksel. Werking: arm strekken.

Deze spier bedekt de geheele achtervlakte van den bovenarm. De pees van de spier strekt zich uit van het ellebooguitsteeksel tot half weg schoudertop fig. 4/ A. De pees heeft 3 zijden," 2 groote

Sluiten