Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verandert zij zeer in vorm; zij lijkt meer op een bol, fig. 47 E.

De ravenbeksarmspier trekt den arm naar den romp toe.

Aanhechtingen: met het korte hoofd van de biceps van het ravenbeksuitsteeksel naar het midden opperarmbeen.

De spieren van den voorarm.

De spieren van den voorarm worden verdeeld in twee groepen strekkers en buigers: aan den binnenknokkel ontstaan de buigspieren en vooroverkantelaar, aan den buitenknokkel de uitstrekkers en een achteroverkantelaar.

De strekkers zijn in het vooraanzicht van den arm aan de duimzijde; den arm van achter gezien zijn de buigers aan de binnenzijde, begrensd door een lijn, die de ellepijp voorstelt.

Strekkers.

Arm-spaakbeenspier Aanhechting: buitenknokkel opperarmbeen — stijluitsteeksel spaakbeen.

Lange buitenste handstrekk er onder de a. sp. sp.

Aanhechting: boven den buitenknokkel — achter het stijluitsteeksel van

Fig. 49.

Sluiten