Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het spaakbeen, onder den handrugband naar het 2e middenhandsbeen.

Korte buitenste handst rekker, van boven door den langen bedekt.

Aanhechting: buitenknokkel — 3e middenhandsbeen.

De duimstrekkers. 1 De lange duimafvoerder, bedekt door vingerstr.

Aanli.: buitenvl. ellepijp en aclitervl. spaakbeen — Ie midd. h. been.

2 Korte duimstrekker.

Aanh.: spaakbeen — le duiinkootje.

B Lange duimstrekker.

Aanh.: tusschenbeensband — nagelkootje.

De algemeene vingerstrekker.

Aanhechting: buitenknokkel, onder den handrugband door, wijken op den rug van den hand uit elkander — 2e tot 5e vinger.

De pinkstrekker.

Aanhechting: met de pees van den vingerstrekker, van den buitenknokkel — basis van de laatste twee kootjes van de pink.

De eigen strekker van den wijsvinger is niet zichtbaar aan de buitenzijde.

De binnenste handstrekker.

Aanhechting: buitenknokkel — 5e middenhandsbeen.

De kleine elleboogspier.

Aanhechting: buitenknokkel — buitenvlakte ellepijp.

Sluiten