Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

massa der buigers. Het ondereinde van het spaakbeen is duidelijk te zien. Onder den oksel laat de ravenbeksarmspier zich zien tusschen biceps en triceps, en langs en tusschen de twee spieren de inwendige armspier, juist boven den knokkel.

De \ oornaamste onderdeelen van den arm zijn de massa's van de triceps en de armspaakbeenspier (fig. 53b 3); zij loopen schuin ten opzichte van de buitenlijnen van den arm, terwijl de strekkers van den voorarm de armsp.sp. onder een hoek ontmoeten. De deltaspier heeft altyd een golvende buitenlijn. In den vrouwenarm (14) is die golving der lijn goed te zien: de onderste massa der spier is zeer ge\uld. Het bovengedeelte van den vr.arm is breeder en in doorsnede ronder dan van den man. In 3 en 14 is aan de achterzijde van het handgewricht de ellepijpslijn en het knobbeltje sterk uitgedrukt ter ondersteuning van de hand. In het achteraanzicht van den arm fig. 13 is de biceps peesachtig op den voorarm verlengd, terwijl een lijn evenwijdig aan de biceps de scheiding uitdrukt met de triceps.

De Handwortel.

De handwortel (voorhand) bestaat uit 8 beenderen, die onmiddellijk onder het spaakbeen en de ellepijp in twee rijen liggen. De eerste drie

Sluiten