Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handgewricht, B is het groot veelhoekig been en A is het erwtenbeentje.

De Hand.

Handpalm en vingers hebben dezelfde lengte. Het lichaam van de hand is smaller aan het gewricht dan aan de knokkels.

De vijf pijpbeenderen, welke zich tusschen den handwortel en de vingers uitstrekken dragen den naam van middelhandsbeenderen.

Aan het lichaam van de hand onderscheidt men vier gedeelten: de palm, den rug, den bal van den duim en den bal van den kleinen vinger.

Het kenmerkende van den rug is de convergeerende pezen van den algemeenen vingerstrekker.

De palm van de hand verdeelt men in den bal van duim en pink en het vlakke gedeelte.

De bal van den duim is bepaald door den duimnaad van een handschoen. Wordt de duim over de palm getrokken, dan wordt de bal dikrond, en er ontstaat een vouw tusschen bal en handpalm. Aldus opgetrokken heeft de bal een bijna

rechte buitenlijn.

Het gedeelte van de palm, waarop de vingers staan is van het andere palmgedeelte gescheiden

Sluiten