Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste en vierde vinger, die vierkant in vorm zijn van het andere gedeelte gescheiden.

De duim- en pinkbal ontmoeten elkander aan het handgewricht onder gebogen lijnen; het midden vormt een hoek. die in de handpalm oploopt. Onder deze lijn aan de duimzijde is een beenige verhevenheid, van welke een band over het handgewricht heen loopt.

Het zijaanzicht van den bal van de pink is in fig. 54 (9) tusschen de stippellijnen. Het bovengedeelte is het zijaanzicht van het bovengedeelte der handpalm. Bij sterke buiging van de pink wordt de buitenlijn van den bal een kronkellijn.

De vingers bestaan uit drie kootjes; de duim uit twee. Het eerste kootje behoort gedeeltelijktot het lichaam van de hand en is het grootste^ het laatste draagt den naam van nagelkootje en is het kleinst.

De kootjes behooren tot de pijpbeenderen, zij zijn gebogen, van voren naar achteren platgedrukt, de handpalmvlakte hol, de rugvlakte gewelfd.

De boveneinden der kootjes vertoonen ieder een holle gewrichtsvlakte, die voor de tweede en

Vorm der vingers

Sluiten