Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de hand langs de zijde van het lichaam hangt, reikt de vingertop tot op de helft van de dij bij den man; bij de vrouw niet zoover. Dit verschil ontstaat omdat de vr. romp langer is, en tevens het eerste lid van arm en been langer is bij de vrouw dan bij den man.

Bij m. en vr. is het midden van de vingers de helft van den top van den schouder tot den grond, het ellebooggewricht is ongeveer op een vierde van dezen afstand.

In het staande figuur, naar gelang de schouder op of neer getrokken is, is de vingertop of de groote knokkel van den vinger het midden.

De onderste ledematen.

Het bekken is de beenige massa, die den romp draagt. Het is een ring gevormd door de beide heupbeenderen, het heiligbeen, het stuitbeen en den laatsten lendenwervel, (zie fig. 21)

8

Sluiten