Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen. Aan de achtervlakte loopt van gr. naar kl. dr. de achterste tusschen-draaierslijn: aan de voorvlakte de voorste tusschendraaierslijn, die minder sterk ontwikkeld is.

Het middelstuk is naar voren gebogen.

Het ondereinde is van voren naar achteren afgeplat, bestaat uit twee g e w r i c h t s k n o kk e 1 s, waarvan de binnenste iets lager is gelegen, aan de achterzijde gescheiden door den diepen k n i e k u i 1. De knokkels vormen aan de voorzijde de voorste tusschen-knokbelgroeve, waarin de knieschijf gelegen is.

Aan de buitenzijde van den buitenknokkel is een knobbel, waaronder een groeve (inplanting kniekuilspier).

Aan het boveneinde laat alleen de groote draaier zich onder de huid zien.

Het ondereinde geeft voor een groot gedeelte den vorm aan de knie, ofschoon het zich niet laat zien, fig. 58 geeft den vorm weer.

Het scheenbeen is aan de binnenzijde van het onderbeen geplaatst en strekt zich uit van het dijbeen tot het voetgewricht.

Het boveneinde, dikste gedeelte, bestaat uit twee gewrichtsknokkels, gescheiden dooide tusschenknobbelpunt. Onder de plaats waar de beide knokkels in elkander overgaan is de scheenbeensknobbel. Aan den omtrek van den buitenkn. ziet men een ronde gewrichtsvlakte voor het kuitbeen.

Sluiten