Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Halfpeesachtige spier. Aanhechting. Zitbeensknobbel — scheenbeensknobbel.

Tweehoofdige dijspier. Aanhechting. Lange hoofd, zitbeensknobbel; korte hoofd, middelste derde gedeelte dijbeen — kuitbeenhoofdje.

III. Spieren van de dij (voorvlakte).

Spanspier van de dijsclieede. Aanhechting. Voorbovenste darmbeensdoorn — dijsclieede.

Kleermakerspier. Aanhechting. Voor-bovenste darmbeensdoorn — scheenbeensknobbel.

De onderbeenstrekker.

Oppervlakkige laag, rechte dijspier. Aanhechting. Voor-onderste darmbeensdoorn en rand der heupkom — knieschijf.

Diepe laag. Aanhechting. Dijbeen, I buitenste breede dijspier, onder gr. draaier en buitenlip der scherpe lijn, II diepe beenspier, voorste tussehen draaierslijn en voorvlakte dijbeen, III binnenste dijspier, onder kl. dr. en binnenlip der scherpe lijn — knieschijf.

IV. De buigers.

Kamspier. Aanhechting. Kam van het scliaambeen — onder kl. draaier aan de binnenlip scherpe lijf-

Lange Aanvoerder. Aanhechting. Tusschen schaambeensknobbel en schaambeensvereeniging — middelste ged. der ruwe lijn van het dijbeen.

Dunne dijspier. Aanhechting. Naast de schaambeensvereeniging — binnenvlakte scheenbeen.

Groote aanvoerder. Aanhechting. Zitbeensknob-

Sluiten