Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

been: zij buigen den voet of strekken de teenen.

Aan de buitenzijde van de knie zijn de buitenknokkel van het scheenbeen en het hoofdje van het kuitbeen gelegen, waarvan spieren uitgaan, n.1. de voorste scheen beenspier, de lange strekker van den grooten teen, en de lange k u i t b e e n s p i e r. De eerste twee loopen in schuine richting aan de voorzijde van het been en evenwijdig aan het dijgedeelte van de kleermakerspier.

Onder tegen deze spieren aan loopen eenige kortere spieren, waarvan de derde kuitbeenspier de voornaamste is; deze toch vult de ruimte tusschen de genoemde spieren en die van de buitenzijde van het been.

De pezen van de voorste scheenbeenspier en van den langen teenenstrekker laten zich zeer duidelijk zien, wanneer het onderbeen in actie is.

De doorsnede van het onderbeen is aan het breede gedeelte driehoekig.

De achtervlakte van het onderbeen wordt ingenomen door de driehoofdige kuit spier, een dikke breede spier, die van het ondereinde van het dijbeen en van het scheenbeen ontspringt, in een sterke pees overgaat en zich aan het liielbeen inplant. Zij Wordt gevormd door de tweebuikige kuitspier en de scholspier.

De tweebuikige spier ontspringt (met twee peesachtige hoofden); het binnenste lange hoofd on-

Sluiten