Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zal hij aan dezen zijn geheele kracht afgeven en hem voortdrijven. Hij zal echter zelf pal blijven liggen. Zulk een stoot kan voor het caratnbolspel eigenlijk nooit in aanmerking komen, omdat hij tegen het doel van dit spel, het treffen van den tweeden en derden bal door den eersten, dien men speelbal noemt, indruischt. Wordt de tweede bal vol of bijna vol getroffen, dan moet de speelbal hoog of laag gestooten zijn, zal hij in staat wezen, zich nog achter- of voorwaarts te bewegen. (Vergel. fig. 6 en fig. 7.) In alle andere gevallen mag men de tweede bal slechts half vol of nog dunner treffen. Men noemt dat: den bal snijden.

De speelbal brengt niet alleen de voorwaartsdrijvende kracht op een anderen bal over, maar ook het effect. Het woord is als bijna alle kunsttermen bii het billardspel van Franschen oorsprong en beteekent: werking. Bedoeld wordt daarmede de eigenaardige werking der stooteij, die niet in de richting van het middelpunt van den speelbal uitgevoerd worden, vooral der zijstooten, onverschillig of deze tevens hooge, middel- of lage stooten zijn. Men zegt : de speler geeft den bal effect, die bal heeft effect. Het overbrengen van het effect moet men zeer nauwkeurig nagaan. ! Iet is zeer gewichtig, deze stootwerkingen nauwkeurig te ker.nen, om ze te rechter tijd met voordeel te kunnen aanwenden.

Sluiten