Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt 3. Den nalooper moet men in alle hiervoor geschikte stellingen beoefenen. Dikwijls kan ook over den band gespeeld worden. Men spreekt dan van een band-nalooper. Het meester zijn van den

nalooper is noodzakelijk voor een goed carambolspel. Er komen ook stellingen voor, waarin de 2e bal den 3cn heel dun treft en den speelbal in die baan drijven kan (vergel. fig. 6 b). Bal 2 rnoet geheel vol getroffen worden. De speelbal moet hoog, rechts op zij of links gestooten worden De carambol zal steeds op de effectzijde volgen; bij rechts effect ongeveer in 't kruispunt bij 4.

DE TERUGLOOPER OF TERUGTREKKER.

Deze kan worden toegepast, wanneer de speelbal tusschen de beide andere ballen staat en met dezen een gestrekten of stompen hoek vormt (fig. 7 a en 7 b). Als tweede bal beschouwt men dan in den regel den dichtstbij liggenden, omdat de terugtrekker met den grooteren afstand van den speelbal

Sluiten