Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gesteldheid van den band en den graad van den zijstoot. Fig. b. toont hetzelfde rechts.

Fig. 14a. De tweede bal moet tamelijk vol getroffen worden. De carambole zal als naloopervolgen. De speelbal moet sterk rechts worden getroffen en de eerste bandaanslag iets hooger plaats hebben.

Fig. 14b. Men stoote den speelbal met zooveel mogelijk links effect en hoog rakelings voorbij den naasten bal. Dan is carambole door dun snijden van den overstaanden smallen band mogelijk.

Daar 't voorbandspel op de idee berust, den

speelbal langs omwegen

naar een plaats te laten loopen, van waar hij regelrecht de beide andere ballen bereiken kan, is het mogelijk, bijna voor iedere stelling een carambole met voorbanden te vinden, ook wanneer andere mogelijkheden aanwezig zijn. Een zeer interessant en leerrijk voorbeeld hiervan biedt ons fig. 15 a—e. Fig. 15a. Men stoote over één band, zonder effect, tig. 15b. Men stoote behoorlijk rechts hoog. 15c. id. links en hoog.

Sluiten