Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vertelling loopt uit op een vraag, waarvan de oplossing een kras verschil levert: Het kind moet de voorstelling van het voorwerp schop plotseling verwisselen met de werking vschop". De gehoorsvoorstelling is het gelijke-, het teeken voor die gehoorsvoorstelling wordt het eerste klankteeken. De teekening van de schop moet slechts aan den klank herinneren, — en dan moet de leerling opsporen of het aan het voorwerp of aan de werking heeft te denken.

Zoo fluisterde een kind naar aanleiding van den volzin, Woordschrift pag. 8: »Een bij kan mutsen'", maar anderen oordeelden daarover met: „Dat beteekent niet eens wat".

Een eerste les van Klemtoon en Lettergreep begint b. v. met een vertelling, waarin een meisje drie namen krijgt: Korrie, Kor, Cornelia, Korretje, en de klemtoon met namen van kinderen, ingekleed in eene vertelling als Marie en Johan en dan het verschil in klemtoon: Marie en Marie, Johan en Johan.

Het spraakgevoel in de ie les handelt over de voorstellingen van spek en ham, en dan komen (vertelling) de verschillen: Bij spek doe ik mijn mond open, bij ham toe, enz.

Sluiten