Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het doel moet helder en klaar zijn:

a. Het kind moet zijne ontwikkelingstrappen doorloopen.

b. Het kind moet lezen leeren.

c. Het natuurlijk streven van den leerling moet gevolgd en geleid worden: hier in de voornaamste plaats den lust in den toonenden arbeid, waardoor weer ontwikkeld wordt het arbeidsvermogen.

Het kind wil zich gaarne schriftelijk openbaren, 't zij door een teekening, 't zij door het teeken, en de leerlust in het kind wordt bovendien geprikkeld door de omstandigheid, dat alle oudere menschen in de omgeving kunnen lezen.

Als de onderwijzer(es) het kind aan het werk zet, wil hij (zij) in de eerste plaats, dat het tot bewustheid moet komen van „dit of dat".

En daarin schuilt het groote probleem van de onderwijskunst.

Natuurlijk is er een „aan 't werk zetten", dat men oefening noemt; doch een kind moet toch eerst weten, waarin het zich heeft te oefenen ?

Zal het kind tot bewustheid komen van 't geen de onderwijzer wil en waarvan het kind nog geene bewustheid heeft gehad, dan geldt de gulden wet: „Het verschil moet spreken."

Sluiten