Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toen had een enkel kind zeer juist gezegd:

„loo" kan ik niet teekenen;

anderen hadden zich gered.

Toen kwam het „ overeenkomstige", en het kind van den vorigen dag was nu klaar met de „ie" in riem of room, en met de „oe" in boer. De indruk had nagewerkt?

En een ander moest ik op 't spoor brengen met: Is dat een paard of een poerd, om de a te herkennen. Bij weer een ander kind baatte niets.

Een dag later. — Bij het opzoeken van het overeenkomstige (aa, oo, ie, oe) heeft niemand gemist-, alleen waren er „drie luieriken", waarvan één evenwel de schade heeft ingehaald; (de klasse moest ook een half uur lang voor ziehzelve werken!)

Zoo zou men van elke les eene geschiedenis kunnen schrijven.

Hoe het in eene klasse moet gaan, waar een enkele onderwijzer(es) het moet stellen met 40 of 50?

Men kan de vraag klassikaal stellen, — maar het antwoord dient vaak hoofdelijk opgehaald.

Nu is de methode wel zoo ingericht, dat de antwoorden op de lei komen te staan; doch er zijn mondelinge openbaringen soms, die hoofdelijk moeten gehoord worden, als b. v.:

Sluiten