Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. „Teeken het woord *>mand"... Dan moet elk kind toch mogen fluisteren: „Ik kan „zV" niet teekenen!"

2. Dito bij een vraag als: „Welk woord kunt gij heclemaal hardop zeggen, aap of aal, (bij welk moet ge fluisteren) ?"

„Zet een kruisje ...dat gaat.

Maar nu: „ Wat fluisteren uwe lippen, of wat fluistert gij dan, of wat bromt gij dan, wat bromt uwe tong dan.2

Daar moet hoofdelijk het antwoord weer opgehaald.

Ook hoofdelijk om der wille van die een extra verschil noodig hebben.

Nu, daartoe helpen mij (of ons) dan kweekelingen.

Wie geen kweekelingen heeft kan ook wel meisjes of jongens uit de hoogste klasse gebruiken, met streng bevel niet anders te vragen dan wat klassikaal gevraagd is, — en t niet vóór te zeggen, (r)

Sluiten