Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle teekeningen passen op aanwezige voorstellingen. Dan staat het kind eenvoudig als waarnemer.

Zoo b. v. de geschiedenis van een kikvorsch, die een ontbijt zoekt, en ten slotte zelf tot ontbijt dient voor de jongen van den ooievaar.

Zijn deze niet passend op aanwezige voorstellingen, — het gaat daarmee, als ons in onze jeugd met centsprenten van Uilespiegel en Cartouche; wij weten hoe gaarne wij de heele reeks volgden; nog zie ik den boosdoener op het laatste prentje hangen.

Bij deze prentjes, waarvan de kinderen zelf het verband moeten opsporen, zij het dan onder leiding, komt vervolgens de vertelling van de(n) onderw., waarna het kind ook zelf waarnemingen in woorden moet brengen.

Eindelijk nog nateekenen, en meer, gelijk op den omslag van elk boekje is aangegeven; o. a. zelf een vertellinkje verzinnen van j, 4. of 5prentjes.

(Zie achter in de handleiding voorbeelden van eigen opstelletjes in prentjes).

Volge een lijst van de verschenen nummers. De teekeningen zijn van Braakensiek, Bos, Hingman en anderen.

Sluiten