Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Juni van dit jaar (1899), om te onderzoeken, hoever de lieve jeugd was, liet ik eerst een oorworm zoeken, (er was maar een kleintje); ook moest er een haring komen, (,aanschouwingsonderiuijs) en daarna stelde ik de opgave:

a. Teekent den oorworm (van 't bord),

dito den haring (van 't bord),

b. Schrijf er nu de woorden naast;

en toen bemerkte ik, wie den woordklank had losgemaakt en wie niet. De helft was er na drie weken.

Een kind las tot mijne verbazing met gretigheid al de woorden en volzinnen uit het boekje, maar. .. die had het thuis van zijn broertje geleerd!

Er is gevraagd, of het woordschrift geen verwarring zou stichten in het hoofd van den leerling? — Laat er eerst klaarheid zijn in het hoofd van wie de klasse heeft, dan brengt het kind, onder leiding zich zelf, waar het wezen moet.

Zoo stelde ik de jeugd tot taak voorwerpen te teekenen en de namen er naast te schrijven

Sluiten