Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Teekening op de lei.

Opm. De teekeningen komen voor in de boekjes van de kinderen, die ze dus met een paar krabbels op de lei kunnen brengen.

Teekening van Jan en Piet, die één vinger opsteekt en de andere hand op den rug houdt.

3. Teekens van het spraakgevoel; „hoe het kind met den mond doet", van eet en een.

Dezelfde teekening.

4. Het verschil moet spreken.

Nu wordt klassikaal de vraag gedaan: Welk woord kunt gij heelemaal hardop zeggen, en welk niet} ... ■„een" . .. „eet" . .. En voor de minder vluggen wordt er bijgevoegd: En welk woord kunt ge niet zeggen zonder iets te fluisteren ?

Opmerk. 1. Kan men de kinderen hoofdelijk laten antwoorden (noodzakelijk bij enkele van deze vraagstukken), door b.v. de hulp van kweekelingen, het

Sluiten