Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Practijk van den 5e" en 6en ontwikkelingstrap.

9. (aal).

^ Z> (la).

Teeken een prentje naast het woordje la. Hoe ziet gij waar aal staat? Teeken er een prentje naast.

10. ^ ^ aal.

— aap.

Teeken een prentje naast het woordje aap.

11. k. ~2>, O ^ Waar staat pa en waar la ?

12. ® 3, 3 O Waar staat oom en waar moe ?

De Lipletters, plus 1 en t.

een aal " aan den hengel

opa en oom

ma

Sluiten