Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeg nog eens aap »aap".

Wat fluistert gij met de lippen ?

19. (aal). Zeg nog eens >aal" .... „aal".

Wat bromt gij met de tong ?

20 en 21. {aap en oom). Als 18 en 19.

22 en 23. (aap en ma). Als 18 en 19.

Opm. Het verschil moet spreken. 24. Het teeken: p, L. M.

prentje van aa ^ dito van aal A* L den aap ^

OO P

dito van ^

opa en oom 00 M — ^ —

van aap ^ * van ma Jï. ^

Opgaven. 25. De overeenkomst. In welke woorden hoort gij het gefluister van „aap" ? Zet het teeken naast uwe teekening.

Voorbeeld:

raap p

pijp, mes, bel, stop,

la, knoop, kom, pop.

Sluiten