Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Teekening op de lei.

3. Schrijf naast de woorden »«" en „om", hoe ge met den mond doet.

4. Welk van beide woorden kunt gij heelemaal hardop zeggen ? Bij welk van beide moet gij fluisteren ?

5. Aanwijzen van de teekens van het spraakgevoel en zeggen bij welk teeken gebromd of gefluisterd wordt.

6. Het teeken:

O S S. s.

bovenstaande —- ^

teekening o M

7. Opgave. Zoek de woordjes, waarin gij het gefluister hoort van „os" en schrijf het teeken er naast.

Voorbeeld:

neus S

pijp sabel j | ladder kousen sok tafel I | pen | schoen

S = s.

Klankdictee en lezen.

Poes slaapt.

Toos jroejpt: | kom | eens bij mij.

Sluiten