Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbeeld:

flesch F > £

glas j j karaf | j test j stoof

fiets | wiel fluit

f.

Dictee en lezen.

Rij wiel of fiets.

Nu zit Frits op de fiets.

Frits | kan | fietsen en fluiten meteen.

Moet Fidel mee?

Trap nu maar.

Daar kom t Frans.

Die moet mee.

Met één hand rijden, dat kan.

Maar los rijden .... foei!

Piet reed met beide harden los, En reed in de sloot!

Sluiten