Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

k.

Prentje van een vogelverschrikker.

i. Vertelling. 2. Teekening op de lei.

3. Schrijf naast ik en ook, hoe gij met den mond doet.

4. Wijs de teekens aan. Wat zegt gij bij elk teeken met de keel ? Is het fluisteren of brommen ?

5. Het teeken:

u . 77, IK 00 K . . K, k, k.

Hetzelfde prentje. -> -v "

6. In welke woordjes hoort gij het gefluister van vik ook"} Zet het teeken er naast.

pook K

tang boek ring bank boek keel mes jkaas

h.

prentje van een hoop hooi,

waar een ooilammetje naast staat.

1. Teekening op de lei.

Sluiten