Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ik goed luister, zie je, dan geloof ik toch, dat jij het gewonnen hebt. Ik heb voor de kip te veel gekrabd: Het moest zijn: tok, tuuk!"

„Zou 't werkelijk?" riep de haan ongeloovig.

De hond hoorde fluiten, want de kleine Bram, een jongen van zes jaar kwam uit de school, en die wilde graag een kameraad hebben om mee te spelen, en dus liep de hond weg, maar hij riep: „Morgen kom ik weer!"

Maar de haan wacht nog altijd op antwoord en nu moet gij kinderen maar eens uitmaken, wie gelijk heeft de haan of de kip.

Luistert eens: „Tok, tok, tok" is dat wel één woord ?

Hoe heet gij? „Piet". Als ik nu zeg: „Piet, Piet, Piet", is dat één woord ?

Enz. (Opgaven „haboe, boe, boe, kwek, kwek").

LETTERGREPEN.

Het meisje, dat bij oom en tante logeerde kreeg 's morgens bij het ontbijt drie verschillende spijzen om op te eten:

en het geheel noemde zij zoo

Sluiten