Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De haan en de koe.

(LIPLETTERS.)

Een haan zat op een heining of hek van een boerenerf en kraaide helderop „kukeleku". Dicht bij die heining liep een koe te grazen, en die stak haar kop nu en dan in de hoogte en riep „boe", dat de haan er haast van schrikte. De koe bemerkte dat en zei: Zoo hard moest jij ook kunnen kraaien, hé .... „boe".

De haan antwoordde daarop: „Wat jij doet is maar koeienpraat-, maar doe jij den waakzamen haan eens na 's morgens vroeg, dan krijg je ook zoo'n eerenaampje".

„Dat kan ik best", zei de koe: „Morgenochtend lig ik hier in het land, als jij dan eerst kraait, weet ik hoe laat het is".

„Juist", zei de haan: „jij bent nog al slim voor een koe. Als ik je wakker kraai, kan jij maar gerust slapen".

De koe zei: „Jij bent vroeger op, dan ik, dat

Sluiten