Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Zaagmeelbeencn", fluisterde Piet weer.

Toen ging Anna opstaan en naar mama: „Mama, heeft Lie, mijn pop, nu geen echte beenen? Piet zegt, dat zij beenen van zaagmeel heeft".

Toen zei ma: „Die pop heeft echte poppenbeenen, hoor kind, leg jij ze maar in 't wiegje, en neem de pop mee naar boven, dan mag je naar bed. En Piet moet liever met zijn broer Jan praten, in plaats van zusje te plagen".

Natuurlijk ging Piet toen op zijn plaats zitten, en zei niets meer.

Maar den volgenden morgen, toen Jan en Piet vroeg op waren, zat Anna ook al haar pop aan te kleeden en een zoet praatje te houden.

„Hoe gaat het met de zaagmeelbeenen ?" riep Piet.

„Ik zal het tegen mama zeggen, hoor, dat jij mij al weer plaagt", riep Anna.

— „Dan ben je flauw", zei Piet weer.

„Flauw?" vroeg Anna: „Nu ik zal het niet zeggen, maar jij hebt kikkerbeenen, kijk maar naar je zeiven".

„Kikkerbeenen" riep Piet, „dat is lollig", en hij begon als een kikvorsch te springen. „Laat die pop ook zoo eens springen, als jij kunt!"

Anna begon te lachen, omdat Piet als zoo'n kikvorsch sprong, maar zij zei: „Toe, ga jelui nu maar heen".

Sluiten