Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en als de jongens dan wat Heten zien, dat ze mooi geteekend of geschreven hadden, kregen ze altijd een cent, somtijds wel een dubbeltje.

Piet teekende nu den aap aan den ketting, en een aal aan den peur stok, zóó.

Opgave. (Nateekenen).

2 en 3, Repetitie en Spraakgevoel.

Piet zette daar achter, „hoe hij met den mond

deed". (Opgave).

Daarop ging hij naar OOp(a) toe. Lei zijn kleine hand op de rimpelige hand van den ouden man, en zei: Oop wil u eens lezen, wat ik geschreven heb?

„Wel Piet, dan moet ik eerst mijn bril opzetten"'. Toen tastte opa in den zak, zette zijn bril op en keek: „Maar kind, zoo heb ik geen lezen geleerd, toen ik school ging. Maar ik wil graag nog leeren; vertel het mij maar.

Opa was lang niet dom; hij nam de griffel in de hand en zei: „Nu zal ik Piet en Jan eens examineeren; kom maar eens hier jongens.

Opa schreef op:

Waar staat nu .ma" en waar „OOp"'

De jongens wisten het, gij ook? Schrijf op dan, en zet een kruisje naast „ma'.

Sluiten