Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Piet dan, had geteekend en geschreven op de lei, wat jelui nu hebt:

aap 3 — AA aa^ ^ AA

en hij keek al op de lei, — en hij zei tegen Jan: „Help mij dan". Maar Jan wist ook niet, wat hij

moest vragen.

Toen ging Piet naar mama-, doch mama zei: „Ja, kind: Pa weet het 't beste, wacht maar, tot pa tijd heeft".

Gelukkig had pa tijd. „Omdat je zoo graag leeren wilt, zal ik je helpen, kind , zei pa.

„ Weet je iaat fluisteren is?"

— „Ja pa".

„Fluister dan eens een woordje".

Piet. (fluisterend) Koek.

Pa. Goed, maar nu hardop.

Piet. Lei.

Pa. Waarom zeg je nu lei?

Piet. Anders begint Jan te lachen.

Pa. Zeg jij maar hardop, hoor; Jan lust het

ook wel.

Toen keek Jan natuurlijk ook op, en hij hoorde Piet zeggen, die schuin naar hem keek: „koek en Jan begon te lachen.

Sluiten