Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

David bevond zich toentertijd, van zijn tweede reis teruggekeerd, te Oxford, waar hij 's avonds spreken moest. Daar ontving hij het telegram dat hem haar dood aankondigde. Dat telegram kwam later terecht in een van zijn reiskisten, en een jaar later (19 Juni 1866) schreef hij in zijn laatste dagboek slechts deze enkele woorden, waarin echter een geheele wereld van rouw verborgen ligt: „Ik pakte vandaag toevallig een telegram op: „Uw moeder stierf in den namiddag van den 18eu Juni." Dit was in 1865; het greep mij geweldig aan."

In het gezin, waarin David opgroeide en zijn opvoeding genoot, heerschte zulk een goede geest dat hij zich in de hoogste mate er gelukkig in gevoeld heeft, al had men het er ook niet al te breed. Er werd gewerkt voor het dagelijksch brood, in letterlijken zin. Er werd Zondags gerust en aan God de eer gegeven die Hem toekomt. Geen bedwelmende dranken kwamen er in huis, en daar 's levens last dapper en moedig onder de oogen werd gezien, waren deze verdoovingsmiddelen hier niet van noode. Er werd gelezen, zelfs véél gelezen, doch de lectuur ging met een vreeze Gods gepaard, die uitsloot al wat van Hem af zou kunnen voeren. Tot het einde van zijn leven was David Livingstone dan ook trotsch op den stand waaruit hij was ontsproten. Toen hij later door de hoogsten en aanzienlijksten in den lande overladen werd met loftuitingen en eerbewijzen om hetgeen hij als reiziger gedaan had, schreef hij aan zijn oude vrienden van „mijn eigen stand, den eer-

Sluiten