Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ontvingen zij onderricht van hem in de klassieken en in de theologie. Moore en Livingstone woonden samen, lazen Latijn en Grieksch met elkaar, begonnen samen aan het Hebreeuwsch, wandelden veel en leidden een rustig en stil leventje.

Moore vertelt uit dezen tijd een staaltje van Livingstone's taaiheid en volhardingsvermogen, eigenschappen, waardoor hij zich ook later op zijn reizen zoo sterk zou onderscheiden. Wij geven het, aangevuld en toegelicht door zijn familie, hier weder. Op een mistigen Novembernacht begaf David zich om drie uur van Ongar op weg naar Londen — een afstand van 27 Eng. mijlen — om zaken voor zijn broeder John te doen, die een handel in kantwerk begonnen was. Het begin in de vroegte was al héél ongelukkig. Terwijl alles nog in dikke duisternis gehuld was, viel David in een moddersloot, waardoor zijn kleêren erg beslijkt werden en hij er bijna ontoonbaar uitzag. En dat, terwijl hij in Londen de zaken voor zijn broeder moest behartigen! De dag werd aldaar doorgebracht door van den eenen winkel naar den anderen te loopen, wat hem natuurlijk zeer vermoeide. Te voet ging hij weder de 27 mijl, die nog aanmerkelijk in aantal zouden toenemen, naar Ongar terug. Een eindje buiten Londen, dicht bij E d m o n t o n, viel een jonge dame van een rijtuigje. Zij lag bedwelmd door den val op den weg. David ging dadelijk naar haar toe en hielp haar in een nabijzijnd huis dragen. Na haar onderzocht en niets gebroken bij haar bevonden te hebben, gaf hij den

Sluiten