Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

practijk te Koeroeman, wilde hij zich nu meer speciaal aan de zendingsbelangen wijden, vooral ook met het oog op zijn geliefkoosd denkbeeld, het aanstellen van inlanders. Hij nam tot dat doel twee inlandsche leden van de Kerk te Koeroeman mede, benevens twee andere inboorlingen om voor zijn wagen te zorgen. Voorloopig vestigde hij zich bij Boebi, het stamhoofd der Ba koe6nen, te Lepelóle, 15 mijlen zuidelijker gelegen dan Sjonoeane, de woonplaats van Sesjéle. Zijn plan was het Sjonoeaansch, een der Afrikaansche dialecten, grondig te leeren. Om niet afgeleid te worden, sneed hij een half jaar lang alle verkeer met Europeanen af; zoodoende kon hij zich beter inzicht verschaffen in de gewoonten, denkwijzen, wetten, en vooral ook in de taal van dat deel der Betsjoeanen, dat de stam der Bakoeënen genoemd wordt. Die opoffering — het zich spenen van alle Europeesche aanraking — was hem, naar hij zelf verklaart, later van onberekenbaar voordeel bij zijn verkeer met de volksstammen, omdat hij er zich meer één met hen door leerde gevoelen.

Hij leerde den bewoners van Lepelóle allerlei nuttige zaken, onder anderen ook hoe zij kanalen voor afwatering moesten graven en de tuinen besproeien. Het lag echter niet in zijn plan bij Boebi te blijven, doch, nu hij de taal vrij wel machtig was, de streken hoogerop te onderzoeken. Hij liet een der inlandsche helpers als onderwijzer achter, terwijl het stamhoofd er voor zorgen zou dat de kinderen

Sluiten