Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zins tot rust. Livingstone trok nu door naar het land der Bakhatla, waar hij plan had zijn zendingsstation te stichten, omdat de streek daar bijzonder vruchtbaar en het volk er zeer geschikt toe was. Toen hij het hoofd vroeg of hij wilde dat er een zendeling onder hen kwam wonen, hief deze de handen omhoog onder den uitroep: „O, ik zal dansen als gij het doet; ik zal al mijn volk verzamelen om voor u een tuin te spitten en gij zult nog meer suikerriet en koren krijgen dan ik-zelf heb!" Doch de uiterst voorzichtige directeuren in Londen hadden toen nog steeds geen instructies gezonden met betrekking tot Livingstone's vestiging, en het eenige wat hij doen kon, was beloven dat hij hun de begeei te der Bakhatla om een zendeling te hebben, melden zou. Op vijf dagen afstands van de Bakhatla bevond zich het dorp van Sesjéle, het opperhoofd der Bakoeënen, al vroeger genoemd. Sesjéle was eerst erg boos dat de zendeling hem niet reeds het vorige jaar, toen hij toch in den omtrek reizende was, bezocht had, en dreigde hem daarom met allerlei dat niet veel goeds voorspelde. Gelukkig voor Livingstone was, toen hij aankwam, Sesjéle's eemgst kind ziek, en ook het kind van een zijner voornaamste hoofden. De zendeling behandelde beiden, slaagde er in ze te genezen en Sesjéle sprak geen enkel bitter woord meer.

Livingstone was voornemens nog verder door te dringen, meer in de richting van het land der M a t a b i 1 i en hun hoofd Moselikatse. Doch de Bakoeënen

Sluiten