Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicht genoeg was, om daar een concentratie van zendingsarbeid te wettigen. Het Genootschap moest zich uitbreiden, zoo vér mogelijk, en de zendelingen niet zoo dicht op elkander laten zitten. En vooral moest men zooveel mogelijk gebruik maken van de bekeerde inlanders zelve als verkondigers van het Evangelie. Hij had al spoedig ingezien dat Koeroeman niet de geschikte plaats was voor een centrum, met een kring van zendingsposten daar omheen, bediend door bekeerde inlanders. Er was te weinig bevolking in die streek, hoogstens een 30.000 Betsjoeanen; er zou dus niet voldoende arbeid zijn voor de Christenen uit de heidenen. Vandaar, zooals wij zagen, zijne reizen om een geschikter post noordelijker onder een dichter bevolking te zoeken. Het moest een station worden onder menschen die nog niet of nagenoeg niet met de bederf aanbrengende beschaving zónder Christendom in aanraking waren gekomen. Dan zouden er waarschijnlijk vele bekeeringen plaats hebben en streken, nog niet onderzocht door Europeanen, zouden dra voorzien worden van het brood des levens. In de streken nabij Koeroeman haatten de hoofden der stammen het Evangelie, omdat het hun niet toestond meer dan één vrouw te hebben. In de streken echter meer noordwaarts, waar dit gevoel nog niet heerschte, was daarentegen de indruk ten opzichte van de Europeanen gunstig en ontstond meer en meer begeerte om zich met hen in verbinding te stellen. Moselikatse, verjaagd door de

Sluiten