Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zijn directeuren, alsmede hoe het hem griefde dat de eigenlijke zendelingen, naar zijn inzien, te veel in en om de Kaapkolonie bleven hangen zonder zich verder te durven wagen, - „wat toch aan zulke Kruis-ridders niet paste!" Hij gevoelde diep dat én de Kerk in het vaderland én vele der zendelingen in de Kolonie er een zeer armelijk begrip op na hielden van de plichten eens zendelings, daar er zóó weinig geloof, zóó weinig inspanning, zóó weinige hoopvolle verwachtingen gezien werden. Wel zag men een ellendige neiging om eigen tegenspoed en eigen grieven te overdrijven en in een armzalig geharrewar te vervallen, dat niet moest kunnen bestaan als zij werkelijk bezield waren met de zucht om de wereld voor Christus te winnen. Hij had alles eerst goed onderzocht vóór hij schreef, en bezat voldoende gegevens om zijne beweringen te kunnen staven. Trouwens, hij stond niet alleen. Er waren er meer die vonden dat het voortdurend sturen van nieuwe zendelingen onder een te weinig dichte bevolking — zendelingen, die men in Indië en China zooveel beter had kunnen gebruiken — een verkeerde daad was.

Naar aanleiding van dit alles maakte Livingstone een stuk op, om dit onder de zendelingen te laten circuleeren. Daarin legde hij zijn geliefkoosd plan bloot om een Seminarie op te richten voor Christeninlanders tot vorming van hulpzendelingen. Hij wenschte te vernemen wat zijne collega's er van dachten. Doch zijn plan vond zeer weinig instemming.

Sluiten