Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij anders nog al heel wat aandurfde en aankon.

Thans dienen wij een zaak te bespreken, die almede aanleiding gaf dat de weg in het noord-oosten van Koeroeman gesloten zou blijven voor het aanstellen van inlandsche hulpzendelingen. Tot nog toe hebben wij geen gewag gemaakt van Livingstone s aanraking met de Boeren in l rans vaal, en van de gevolgen die voor hem en de zijnen daaruit voortvloeiden. Toch had hij reeds van Sjonoeane uit een ontmoeting gehad met Boeren van het Casj angebergte of, anders genoemd, den Magaliesberg. Een poosje vóór de ontzettende droogte die hem uit Sjonoeane verdreef, had hij twee korte reizen in oostelijke richting gemaakt om enkele belemmeringen uit den weg te ruimen tot het vestigen van minstens één van zijn inlandsche Christenen in die streken. Nog vóór deze reizen had hij, toen hij bezig was te Sjonoeane zijn huis te bouwen, van den Kommandant en den Volksraad van 1 rans \ aal een schrijven ontvangen met verzoek, een verklaring van zijn bedoelingen betreffende zijn vestiging bij Sesjéle te geven, terwijl het tevens een bedreiging bevatte, dat zij besloten hadden Sesjéle's vuurwapenen te komen afnemen. Daarna had hij allerlei vriendelijke uitnoodigingen gekregen van Mokhatla, het opperhoofd van een groot gedeelte van den Bakha tl a-stam, om hem op te komen zoeken en een inlandsch Christen bij hem te vestigen. Deze Mokhatla had hem eens \ 1 oegtr te Sjonoeane opgezocht doch hem, daar hij op reis was, niet getroffen. Naar dit liootd der Bakhatla

Sluiten