Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel lust Mebalwé naast zulk een bloeddorstigen buurman te vestigen en, daar het hem aan tijd ontbrak om den Boer op te zoeken en hem tot betere gedachten te brengen, keerden allen naar Sjonoeane terug.

Te Kolóbeng zou zijn verhouding tot de Boeren van den Magaliesberg er niet op verbeteren. Het bleef hem diep grieven dat zij, die onder de Bakoeönen waren komen wonen, geen onderscheid wisten te maken tusschen deze en de Kaffers, niettegenstaande zij konden weten dat ook deze Betsj oeanen-stam vredelievend en rustig van aard was en nog nooit een Boer of een Engelschman had aangevallen, tenzij uit zelfverdediging. Bij geruchte hadden de Boeren van het Casjan-gebergte gehoord dat Sesjéle in het bezit was van vuurwapens. In waarheid bezat hij v ij f geweren. Vandaar dat zij thans dreigden met een heuschen inval in Sesjéle's gebied. Engelsche handelaars hadden werkelijk vroeger de vijf geweren aan Sesjéle verkocht: daarin hadden de Boeren recht. Zij rustten dan ook een expeditie van verscheidene honderden hunner uit, om de B a k o e ë n e n de v ij fhonderd geweren, naar zij meenden — het gerucht had het aantal verhonderdvoudigd — afhandig te maken. Daar de zendeling begreep dat Sesjéle's volk liever naar de K alahari-woestijn zou vluchten dan de vijf wapens uitleveren, besloot hij om nog eens naar den Kommandant Gert Krieger te gaan en dezen te wijzen op de kwade gevolgen van een

Sluiten