Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dergelijke expeditie. Hij haalde dezen dan ook over er geen gevolg aan te geven. Doch nu verlangde de Kommandant iets van hem dat hem als zendeling en Engelschman tegen de borst stuitte, naar hij zegt. Livingstone beweert dat de Kommandant wilde dat hij een soort van spionnendienst onder de Bak o eënen zou uitoefenen. Hij weigerde zulks beslist, tevens aangevende dat er, zonder dat hij het wist, soms dingen gebeurden, die hij niet zou hebben goedgekeurd als hij het geweten had; hij hoorde daarvan soms eerst als zij gebeurd waren. Zoo had Sesjéle met zijn geheelen stam, ofschoon de zendeling bij zijn komst onder hen het sterk had afgeraden, b. v. eens een onderbevelhebber, Kaké genaamd, afgestraft, omdat deze met zijn volk in opstand was gekomen. Eerst had Sesjéle schijnbaar geluisterd naar dien gegeven raad, doch op een „hij durft tóch niet; hij zit onder de plak van den zendeling; laat hem komen als hij durft," had hij op een goeden dag voorgegeven olifanten te willen gaan jagen.

„En daar ik het stelsel van bespionneeren kende — zegt Livingstone — dat onder al de stammen inheemsch is, deed ik gemeenlijk juist nooit eenig nader onderzoek, wijl dit de gedachte had kunnen opwekken dat ik hem niet vertrouwde. Ik stelde dus geloof in hetgeen hij beweerde te gaan doen. Hij vroeg mij of ik hem een ijzeren pot wilde leenen om in te kunnen koken, daar hun potten zoo licht breekbaar zijn. Ik gaf hem er een en ook een handvol zout, en verzocht hem, mij twee lekkere brokjes — den snuit en een voorpoot van den olifant — te zenden. Hij trok weg en ik hoorde niets meer, totdat wij de Bakoeë n e n hun gewonden naar huis zagen dragen en eenige vrouwen luidruchtig hun dooden hoorden beweenen, terwijl andere overwinningskreten aanhieven. Het werd mij toen eerst duidelijk dat Sesjéle den opstandeling had aangevallen en verdreven."

Sluiten