Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temaken dat de Boschj es mannen enBakalahari verderop landinwaarts gevlucht zouden zijn, zoodat gidsen zouden ontbreken en de reizigers dan van zelf terug moesten keeren. Om hen tot dien terugkeer te bewegen wachtten twee van Sekómi's volk hen aan de Zoega op. Toen men beslist te kennen gaf de reis voort te zullen zetten, gingen deze twee mannen verderop het praatje uitstrooien dat de blanken gekomen waren om al de stammen te plunderen. Doch een hunner werd ziek en stierf. De inboorlingen zagen hierin een oordeel, en daar zij de reden begrepen waarom Sekómi de expeditie wilde doen mislukken, werden zij, hoewel zij eerst gewapend waren gekomen, hoe langer hoe vriendelijker en vertrouwelijker. Aan de samenvloeiing der Tamanak'leen Z o e g a-rivieren hoorde Livingstone voor het eerst van „de menigte wateren in het binnenland" spreken, zoodat de gedachte bij hem opkwam dat die streken dus niet zoo dor en droog konden zijn, als vroeger beweerd werd. Na nog twaalf dagen gereisd te hebben kwamen zij den l*'n Augustus 1849 aan het noordoosten van het schoone 'N g a m i-meer aan. Zij waren de eerste Europeanen die het bezochten. Het was zóó groot dat zij zich zelfs geen idee van de uitgestrektheid er van konden vormen. De bewoners aan het meer zeiden dat men drie dagen noodig had om er omheen te reizen. De ontvangst van Lesjoelatébe, een nog jong man, beantwoordde niet aan de dringende uitnoodiging die hij tot den zendeling gericht had. Hij weigerde de zoo hoog noodige gidsen

Sluiten