Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af met dertien bruine koeien voor Lesjoclatébe, dertien witte voor Sekómi en dertien zwarte voor Sesjéle, hun dringend verzoekende de komst van den zendeling zooveel mogelijk te bevorderen. De twee eerstgenoemde hoofden echter hadden, naaizij meenden, er meer belang bij het opperhoofd en den zendeling zooveel mogelijk van elkander verwijderd te houden.

De derde reis die eindelijk goed slaagde, werd in April 1851 gemaakt. Livingstone werd weder vergezeld van zijn gezin en den Heer Oswell. Mij had plan geruimen tijd weg te blijven door zich ergens op een geschikte plaats in Sebitoeane's land te vestigen. Zij bevonden de woestijn droger dan ooit, daar er in langen tijd geen regen gevallen was. Er werden door de goede zorgen van Oswell vóór hem uit op verschillende plaatsen putten gegraven, zelfs eens met gevaar van 's jagers eigen leven, toen hij tijdens dat werk door een verwoede leeuwin werd aangevallen. De zendeling was hem dan ook zeer dankbaar voor al zijn goede bemoeiingen.

Men volgde de oude route langs de Zoega en kwam vervolgens in een zeer dor gedeelte van de woestijn, waar zelfs geen insekt of vogel gezien werd. Een Bbschjesman, Sjobo, was hun gids. Doch deze geraakte reeds op den tweeden dag van den goeden weg en vier dagen lang waren zij geheel zonder water. Iemand van het dienstpersoneel had de hoeveelheid water, in een der wagens nog aanwezig, uit zorgeloosheid weg laten loopen en er

David Livingstone 8

Sluiten