Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stone had het zijn plicht gerekend, zijn gezin mede te nemen op zijn tochten naar het Makolólo-land. Hoe diep hij er ook zelfde bezwaren en moeielijkheden van beseft had en hoe gaarne hij het ook anders had gewild, hij had, — naar hij meende — niet anders mogen handelen, trots de tegenkantingen van zijn schoonmoeder cn ook anderen, die stellig niet van grond ontbloot waren en zeer verklaarbaar. Men moet het karakter van dezen man bestudeerd hebben om de overtuiging te verkrijgen, dat het niet lichtzinnige of zelfzuchtige beweegredenen waren, die hem de zijnen aan zoovele gevaren deden blootstellen, doch dat hij er heilig van overtuigd was niet anders te kunnen en te mogen doen. Men begrijpt dus hoe blijde hij was dat alles zóó goed was afgeloopen! Wij zijn misschien later nog in de gelegenheid om op deze hem kenmerkende soort van „plichtsbetrachting" terug te komen.

Toen men in Kolóbeng kwam, vond men den post verlaten. De Bakoeënen waren naar Limaoe getrokken. Zonder dat hij er — volgens zijn beweren — aanleiding toe had gegeven, door de Boeren aangevallen, van zijn vee en ook van vele kinderen beroofd en daarna verdreven, was Sesjéle met wat hem nog aan volk restte hierheen gevlucht. Hij was thans voornemens naar de Koningin van Engeland te gaan om het onrecht, hem aangedaan, nader uit te leggen. Hij gaf aan dit plan gevolg, doch kwam niet verder dan tot Kaapstad. Van daar keerde hij weder onverrichter zake tot zijn

Sluiten