Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arme, opgejaagde stammen. Hoe zouden zij verder leven, terwijl al wat eetbaar was van hen was weggenomen? Hoogst verontwaardigd was hij ook — hij die gemeenlijk zoo goed en geduldig was — dat men zijn wettig eigendom had vernield en verwoest en voor een groot deel weggeroofd. Daaronder toch waren vele goederen die zijn vrouw in haar huwelijk had medegebracht. Hij maakte een lijst op van zijn verliezen, ongeveer de waarde van een 300 Pond of ƒ3600, en zond deze naar de autoriteiten te Kaapstad en in Engeland. Nimmer ontving hij eenige schadevergoeding. Schertsend schreef hij aan zijn vrouw: „Wij zullen ons thans heel wat gemakkelijker kunnen voortbewegen, nu wij zóó van ons huisraad zijn afgeholpen." Doch aan zijn directeuren meldde hij dat, ofschoon de Boeren besloten hadden het binnenland af te sluiten, hij besloten had het land, met Gods hulp, te openen. De tijd zou moeten uitwijzen wie beter zou slagen in dit voornemen, zij of hij. En aan zijn zwager schreef hij „dat hij een weg zou openen door het land of óm kom en."

Eerst na langen tijd slaagde Livingstone er te Koeroeman in drie gidsen over te halen, om met hem naar het M a k o 1 ó 1 o-gebied te gaan. Alles was er in rep en roer en bevreesd geworden door deze overvallen der Boeren. Tegen het einde van December 1852 vertrok hij nu met George Fleming, die óók drie mannen bij zich had, in westelijke richting, steeds de Boeren vermijdende. Met haastigen spoed trok hij thans door het land van Sebitoeane en kwam hij in Juni

Sluiten