Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun opperhoofd, gemeenlijk dronken drinken aan het bier dat hij hun verschafte. De zendeling had in zijn leven al te veel ondervonden dan dat hij zich hierover in die mate ergerde als b. v. een nieuweling in de zending dit zou gedaan hebben. Livingstone had leeren inzien dat er tijd moest gelaten worden om de waarheid — om het zoo eens uit te drukken — te laten bezinken in deze duistere zielen en haar daarin te laten uitwerken. „Werk in den geloove en laat het aan den Almachtige over om de belofte te vervullen," was zijn stelregel. Zeer schoon zegt hij:

„Het harde en koude ongeloof, waardoor zich de achttiende eeuw kenmerkte en dat nog steeds door zoogenaamde wijsgecren in onze dagen wordt nageaapt, zou spottend lachen om ons geloof — dat nl. de aarde vól zal worden van de kennis des Heeren — en het b ij g e 1 o o f, enthusiasme of iets dergelijks noemen. Doch zoo wij alleen maar zouden gelooven dat de menschheid vooruitgaat, dan moet er, naar dit ons geloof, een heerlijke toekomst voor onze wereld zijn weggelegd. Onze droomen moeten werkelijkheid worden, ook al zijn het voorloopig niet meer dan droomen. De wereld toch wentelt voort naar de gouden eeuw.... Ontdekkingen en uitvindingen hoopen zich, als het ware, op. Een andere eeuw moet een geheel verschillenden aanblik vertoonen met die, waarin wij leven. En wanneer wij de gesteldheid der wereld en de krachten die haar vooruitbrengen, in het oog vatten bij het licht dat een kinderlijk of noem het kinderachtig geloof verschaft, dan zien wij de aarde zich vullen met de kennis van de heerlijkheid Gods, — ja» alle volkeren Zijn heerlijkheid aanschouwen en zich buigen voor Hem, Wiens recht het is te heerschen. Ons werk en de vruchten die het voortbrengt, hoopen zich óók op. Wij werken naar een anderen staat van zaken heen. Toekomende zendelingen zullen beloond worden met bekeeringen, schier op eiken preek. W ij zijn hun voorloopers en helpers. Laten zij niet vergeten de wachters in den nacht, — óns niet vergeten, die werkten toen alles nog duisternis was, terwijl geen enkel bewijs van succès, wat bekeering betreft, onze paden opvroolijkte! Z ij zullen ongetwijfeld méér licht hebben, maar ook w ij dienden onzen Meester met al den ernst die in ons was, en verkondigden hetzelfde Evangelie als z ij zullen verkondigen."

Sluiten